Welkom op de website van Margot Verkuylen. Ik ben specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg.

Een specialist ouderengeneeskunde is een arts die gespecialiseerd is in zorg voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken met verschillende gezondheidsproblemen. Ik oefen het vak met hart en ziel uit.

Daarnaast heb ik me verdiept in het subspecialisme Palliatieve Zorg. De laatste levensfase heeft haar eigen bijzonderheden en dilemma’s. Oud worden, oud zijn, sterven en de dood. Op deze website vindt u hierover mijn gedachten. Ter inspiratie!

Graag verzorg ik lezingen en scholing over verschillende thema’s binnen de ouderengeneeskunde en palliatieve zorg. Aarzel niet om contact met me op te nemen voor meer informatie!


“De vrijheid van de een, mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander”

Dit is de eerste keer dat ik me laat horen over wat ons overkomt met het vreselijke Coronavirus. Nu pas durf ik over mijn schroom heen te stappen, als dokter die niet in de frontlinie werkt en bovendien geen held is. Al wekenlang werk ik vanuit thuis, na een zeer bezorgd telefoontje van mijn huisarts: “Margot, blijf thuis, jouw gezondheid is echt niet goed, voor jou is het nog eens extra gevaarlijk”.

Dus werk ik als specialist ouderengeneeskunde vanuit huis via laptop, beeldbellen etc. Net zoals zoveel anderen momenteel.

Maar ik ben dokter, en als dokter wil ik naast die oudere staan. En samen met die oudere kijken wat we kunnen doen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te krijgen of te houden. Oh, wat mis ik het. Wat mis ik de directe patiëntenzorg. Wat mis ik het om met beide voeten in de klei te staan. Wat mis ik het om te voelen wat het met de kwetsbare ouderen doet, alle maatregelen die genomen zijn. Het bezoekverbod in het verpleeghuis. Het dringende advies om kwetsbare ouderen thuis niet te bezoeken. Ik voel alleen wat het met mezelf doet, horend bij een risicogroep.

Dagelijks heb ik contact met mijn collega’s in het verpleeghuis. Ik hoor en zie wat zij meemaken. Wat het met ze doet. Ik zie hoe enorm hard ze werken om het virus buiten de deur te houden. En daar waar dat niet gelukt is, hoe ze de zieke bewoners zo goed mogelijk behandelen, hun klachten verlichten. Hoe ze gesprekken voeren met familie over “doen en laten” in de laatste levensfase van hun dierbare, advance care planning in een snelkookpan. Ik zie hoe ze worstelen met wat ze tegenkomen. Hoe zorg je dat een bewoner met dementie zich aan de maatregelen houdt? Ik zie hoe ze in no time binnen de organisatie een aparte Covid-afdeling hebben geregeld, en verschillende “tussenafdelingen” in goede samenwerking met alle anderen. Ik zie hoe ze worstelen met vragen en verdriet van familie en van verzorgenden. Ik zie hoe ze worstelen met wat ze er nu zelf allemaal van vinden.

Ik zie ook de vermoeidheid bij mijn collega’s. Wekelijks doen we een “rondje” om te bespreken hoe we erbij zitten. De “rapportcijfers” daarover dalen….Ik maak me zorgen, naast dat het frustreert dat ik op de werkvloer niet mijn handen uit de mouwen kan steken. Ik ben ook trots, omdat mijn collega’s om hulp voor zichzelf vragen, iets wat dokters doorgaans niet zo snel doen.

Gisteren deelden we onze visie over de maatregelen in het verpleeghuis, nadat Rutte ons duidelijk heeft gemaakt dat er voorlopig een bezoekverbod in het verpleeghuis blijft. Na de eerste weken van crisismanagement, komt nu pas enige ruimte om stil te staan en visie met elkaar te delen. We merkten de laatste dagen dat er in het verpleeghuis twee werelden lijken te ontstaan; de wereld van afdelingen waar Corona zich nog niet heeft laten zien en de wereld van de afdelingen waar Corona zorgt voor leed, angst en een klimaat zoals we nog nooit hebben meegemaakt. De wereld van artsen die nog nooit een Corona-patiënt hebben gezien, en de wereld van de artsen die diep geraakt zijn door wat het virus aanricht.

We zijn zoekende in wat we er nu allemaal van vinden. Want ook wij, ik denk zelfs juist wij als specialisten ouderengeneeskunde, realiseren ons heel goed dat gezondheid niet alleen uit lichamelijke gezondheid bestaat, maar dat contact en welzijn van levensbelang zijn. En ja, wij weten heus wel dat het bij de meeste verpleeghuisbewoners gaat over “leven aan dagen toevoegen” en niet over “dagen aan leven toevoegen”. Maar moet je het virus dan zomaar rond laten gaan? Moet je de deur op een kier zetten? Moet je binnen de muren wat soepeler omgaan met de 1,5 meter? En hoe zou je dat dan praktisch moeten doen? De bouw van verschillende locaties laat weinig ruimte voor soepelheid en creativiteit daarin. En hoe zorg je voor de gezondheid en veiligheid van alle medewerkers?

Natuurlijk zijn we er niet uitgekomen gisteren. Wat ons overkomt is te onbekend en te groot om daar met onze club artsen direct een antwoord op te vinden. We zullen waarschijnlijk mede door schade en schande wijs worden.

De vrijheid van de een mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander, zei Rutte van de week. Met dit voor ogen deelden we gisteren dat we samen enorm ons best zullen blijven doen om het virus niet toe te laten bij onze kwetsbare bewoners en zorgmedewerkers in het verpleeghuis. Wetende wat dat allemaal betekent, voelend dat dat pijn doet.


Verbinden,verbinden!

“Ik ben al 86 hoor en ik weet heel goed wat ik wil!” Ze lacht vriendelijk, weet niet goed wie we zijn, maar is blij dat we bij haar thuis komen. Haar mentor is er ook, vertelt dat het goed gaat met haar. Ze zit op de bank, blote benen, enorm lange teennagels, huid rood-paars verkleurd, verschillende wonden, al dan niet bedekt met loshangend gaas.

Als SO ken ik haar al 5 jaar. De huisarts vroeg me mee te kijken omdat hij niet goed wist wat hij met haar aan moest. Ze heeft al jaren wonden aan haar benen die niet genezen. Wat de huisarts ook probeerde, niets hielp. Althans, ze gooide dan het nieuwe wondmateriaal in de prullenbak, haalde zwachtels er af en nam de pijnmedicatie niet. “Het is wel een bijzondere dame” zei de huisarts. 

Vertrouwen winnen

Ik probeerde vertrouwen te winnen, gaf advies over wond- en pijnbehandeling en regelde thuiszorg.  We hebben maandenlang geprobeerd om de wonden te genezen, maar óf ze liet de thuiszorg niet binnen, óf ze haalde steeds, wanneer de thuiszorg weg was, alle zwachtels er weer vanaf. Ze waste de gaasjes en windsels onder de kraan en hing ze te drogen. Pijnmedicatie verdween iedere keer op mysterieuze wijze. De thuiszorg vond de situatie moeilijk en schrijnend. Moest ze niet naar het verpleeghuis?

We deden onderzoek naar haar cognitie, er bleek sprake van dementie. Familie heeft ze niet. We regelden een mentor die met haar mee kon denken. We spraken over wat voor haar een goed leven is, over haar belangrijkste waarde: thuis blijven wonen. Tot aan haar dood. Als de dood komt is het goed. Zolang ze maar thuis kan blijven. We bespraken behandelbeperkingen: niet reanimeren, niet meer naar het ziekenhuis en geen antibiotica bij een levensbedreigende infectie. We zorgden dat deze afspraken in alle dossiers genoteerd werden en droegen ze over aan de huisartsenpost. Omdat ze cognitief achteruitging werd thuiszorg uitgebreid en thuisbegeleiding ingezet. Het kostte tijd en geduld voordat ze dit enigszins toeliet. Lang niet altijd deed ze de deur open. Werd boos als er iemand met de sleutel uit het sleutelkastje binnenkwam. De situatie bleef moeilijk. De vraag of ze naar het verpleeghuis moest kwam soms weer langs.

Samen

We regelden MDO’s met alle betrokkenen om tot een éénduidige visie te komen. Morele dilemma’s ten aanzien van goede zorg en veiligheid kwamen aan de orde.  We benadrukten dat we de zorg samen moesten doen en dat daarbij een optimale verbinding tussen alle betrokkenen van cruciaal belang is. Besluiten werden samen met haar mentor in het MDO genomen.

Thuis blijven wonen bleef het doel. De psycholoog gaf benaderingsadviezen. Het verbinden van de wonden was een middel om binnen te blijven komen, vertrouwen te blijven winnen en veiligheid te bewaken. Het doel was niet meer om de wonden te genezen, dat was niet haalbaar.

In het appartementencomplex begonnen de buren er schande van te spreken. Ze liep met blote benen met wonden door het trappenhuis om de krant te halen. Moest ze niet naar het verpleeghuis?

Het verpleeghuis

Op een dag viel ze. De ambulance werd gebeld, ondanks de afspraak dit niet te doen. Degene die haar aantrof vond dat het zo toch eigenlijk niet kon. Ze werd opgenomen in het ziekenhuis, bleek niets te hebben gebroken. Maar men vond dat ze naar het verpleeghuis moest, voor wond- en pijnbehandeling. Men had er overigens niet aan gedacht dit met de mentor af te stemmen.

Ze kwam in het verpleeghuis: daar gooide ze medicijnen in de wc en haalde het wondmateriaal er steeds weer af. Het enige wat ze wilde was: naar huis!

Thuis

Dus is ze nu weer thuis.

Algemeen is er hoge werkdruk en personele onderbezetting in de thuiszorg. Bovendien is de betrokken thuiszorgorganisatie pas gereorganiseerd. Alle teams zijn veranderd, waardoor er nieuwe thuiszorgmedewerkers bij haar komen. De huisarts krijgt regelmatig telefoontjes: er moet pijnmedicatie komen, de wondverpleegkundige is geweest, de huisarts moet nieuw wondmateriaal, zwachtels en steunkousen regelen…. Alles vanuit een enorm warm zorghart, gericht op wondgenezing.

En de woonomgeving? Die spreekt er schande van. Iedere dag loopt ze met blote benen door het trappenhuis om de krant te halen.

De uitdaging

Dus regelen we weer MDO’s. Maken verbinding met alle betrokkenen. Proberen de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Benadrukken dat we de zorg samen doen en dat daarbij optimale verbinding tussen allen cruciaal is. Leggen uit dat wondgenezing niet haalbaar is. Dat het verbinden van de wonden een middel is om binnen te komen, vertrouwen te winnen en te waken over haar veiligheid. En leggen uit dat ze thuis wil blijven wonen tot haar dood.

De wonden die verbonden moesten worden hebben gezorgd voor de belangrijke verbondenheid tussen mevrouw, haar mentor en de verschillende professionals. Blijven investeren in deze verbinding is hoogst noodzakelijk om tot een eenduidige visie te komen en die te behouden. Alleen zo kunnen we gehoor geven aan de belangrijkste waarde van mevrouw (haar wens thuis te blijven wonen) en háár kwaliteit van leven bewaken. Een uitdaging voor ons allemaal!

Deze blog schreef ik samen met Marieke van der Molen, coördinerend wijkverpleegkundige in de huisartspraktijk. De blog is ook te lezen in het Tijdschrift voor ouderengeneeskunde en op ouderengeneeskunde.nu


« Oudere berichten