Welkom op de website van Margot Verkuylen. Ik ben specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg. Tevens ben ik docent specialist ouderengeneeskunde.

Een specialist ouderengeneeskunde is een arts die gespecialiseerd is in zorg voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken met verschillende gezondheidsproblemen. Ik oefen het vak met hart en ziel uit.

Daarnaast heb ik me verdiept in het subspecialisme Palliatieve Zorg. De laatste levensfase heeft haar eigen bijzonderheden en dilemma’s. Oud worden, oud zijn, sterven en de dood. Op deze website vindt u hierover mijn gedachten. Ter inspiratie!

Graag verzorg ik lezingen en scholing over verschillende thema’s binnen de ouderengeneeskunde en palliatieve zorg. Aarzel niet om contact met me op te nemen voor meer informatie!


Op zoek naar het passende stukje


Laatst liep ik visite samen met de verpleegkundige. We liepen een paar keer door de gang in het hospice om verschillende gasten te bezoeken. In mijn ooghoek zag ik deze oude man, en iedere keer dat ik langsliep bleef ik langer kijken, totdat ik wel stil moest staan: wat een prachtig beeld!

In alle rust zocht de man de puzzelstukjes bij elkaar. Het raakte me. Ik had de man leren kennen als iemand die tevreden terugkeek op zijn leven. De liefde was voelbaar als hij samen met zijn kinderen en kleinkinderen was. Hij legde zich neer bij zijn lot en vertelde me dat de dood mocht komen. “Nu nog niet hoor, maar lang hoeft het niet meer te duren”.

Zoveel vragen

We hadden een mooi gesprek over zijn wensen ten aanzien van zorg en behandeling. Over wat ik als dokter zou kunnen doen en ook over wat ik zou laten. Op een gegeven moment schoot hij in de lach: “Wat heb je toch veel vragen, waar haal je al die vragen vandaan?!”

Ik realiseer me dat ik als dokter in de ouderengeneeskunde eigenlijk iedere dag puzzelstukjes bij elkaar zoek. Persoonsgerichte zorg en behandeling bieden, het klinkt simpel, maar het is vaak een flinke puzzel bij ouderen. Want wie is die mens tegenover me? Wat is zijn levensverhaal? Wat vindt hij nog belangrijk? Waar staat hij ’s ochtends voor op? Wat geeft zijn leven betekenis? Waar hoopt hij op? Waar is hij bang voor? Wie zijn zijn dierbaren? Welke en hoeveel ziekten en aandoeningen heeft hij? Hoe beïnvloeden deze ziekten zijn functioneren? Waar heeft hij nu last van? Wat wil hij dat ik daar aan doe? Wat zijn mijn medische mogelijkheden en onmogelijkheden? Welke onderzoeken zijn nodig of wenselijk? Volg ik de richtlijn of is het goed hiervan af te wijken? Welke medicijnen gebruikt hij? Welk middel is nog zinvol? Welk middel kan beter niet meer gegeven worden in verband met (te verwachten) bijwerkingen? Kan hij zelf een en ander voldoende overzien of moet ik ook in gesprek met zijn vertegenwoordiger? Wie heb ik nodig om de behandeldoelen te kunnen bereiken? Met wie moet ik samenwerken? Waar kan ik mijn samenwerkingspartners vinden? Hoe stemmen we af? Zulke vragen verdienen een antwoord voordat ik passende zorg kan bieden.

Dat puzzelen vind ik eigenlijk het mooiste van mijn vak. Het vereist naast medische kennis creativiteit, doorzettingsvermogen en rust. Gelukkig zijn dat eigenschappen die in mijn genen zitten. Toen ik lang geleden tijdens mijn coschap ouderengeneeskunde voor het eerst met dit vak in het verpleeghuis kennismaakte, viel voor mij dan ook gelijk dat puzzelstukje op zijn plaats: hier moest ik zijn als dokter!

Levenslessen

En wat me ook zo dierbaar is aan mijn vak? Alle levenslessen die ik zomaar van mijn patiënten krijg. Zoals bijvoorbeeld de veerkracht die ik zie bij mensen die afhankelijk van zorg zijn geworden: het leert mij dat het leven met ernstige beperkingen ook waardevol kan zijn. Ik zie mensen meebewegen op de golven van het leven, soms gaan ze kopje onder, maar ze komen ook weer boven. Als zij dat kunnen, dan kan ik dat ook, denk ik dan. Het geeft me vertrouwen. En als de dood in zicht komt, hoor ik nauwelijks iemand terugblikken op een flitsende carrière of de hoeveelheid geld die ze verdiend hebben. Ik hoor velen praten over de liefdes in hun leven, over hun kinderen, over hun dierbaren. Deze lessen helpen mij keuzes in mijn eigen leven te maken.

De oude man op de foto. Hij keek samen met zijn kinderen terug op zijn leven. In alle rust. En de laatste puzzelstukjes vielen op hun plek.

Deze blog is ook verschenen in de rubriek Uit de ouderengeneeskundige praktijk in het TVO en op ouderengneeskunde.nu.


Hey Doc!

Als specialist ouderengeneeskunde heb ik voor vele ouderen en hun familie gezorgd. Sommigen blijven me altijd bij.

Zoals meneer De Best, een 80-jarige ex-militair. Ik ontmoette hem voor het eerst toen hij in het hospice werd opgenomen. Hij lag in bed, liefdevol omringd door zijn familie. Toen ik hem vroeg wat hij van mij verwachtte, stak hij zijn arm uit en zei: ‘Start de procedure maar.’ Hij wilde een infuus met medicijnen zodat hij langzaam zou inslapen. Hij was er namelijk, naar eigen zeggen, helemaal klaar mee. Ik vertelde hem dat hij op dat moment geen infuus kon krijgen. Hij voldeed niet aan de criteria voor palliatieve sedatie. Hij was teleurgesteld en boos, heel boos. Want wat had het leven nog voor zin?

In de dagen die volgden bleef meneer De Best erg boos en zijn familie was zeer ontdaan. Vele gesprekken volgden. Ik sprak over mogelijkheden om de dood dichterbij te halen: euthanasie of bewust afzien van eten en drinken. Maar dat wilde hij niet. Intussen deed ik erg mijn best om hem beter te leren kennen en vroeg wat er in hem omging. Het contact bleef stroef.

De (on)mogelijkheden van mijn vak
Zijn dochter begon te begrijpen wat de (on)mogelijkheden van een arts zijn om het levenseinde te bespoedigen. Ik legde uit dat ik nog mogelijkheden zag om het welbevinden van vader te verbeteren. Samen maakten we een behandelplan. En ik vroeg meneer De Best het behandelplan te volgen: andere medicijnen, iedere dag uit bed, aankleden, eten in de keuken, oefenen met de fysiotherapeut en activiteiten ondernemen met zijn familie. En niet praten over de dood.
Na drie weken was de situatie van meneer De Best behoorlijk verbeterd. Hij was zelfs een dag naar huis geweest. Hij riep me: ‘Hey Doc, ik moet met je praten.’ Hij vertelde dat hij zich beter voelde en dat hij thuis zo’n lekkere borrel gedronken had. Hij informeerde nogmaals naar de mogelijkheden om de dood te bespoedigen, maar concludeerde dat hij dat niet wilde. Toen zei hij dat hij nog een les voor me had: ‘Hoe kun je in godsnaam aan een militair vragen wat er in hem omgaat!’ Hij legde me uit dat hij vanaf zijn 17e geleerd had om zich dit niet af te vragen. ‘Want anders kun je geen goede militair zijn. Je moet immers bevelen opvolgen.’

Dezelfde taal
Vanaf dat moment spraken we dezelfde taal en kregen we een goede band. Hij noemde mij Doc en vaak ook Margootje. Hij vertelde me dat hij thuis het oude singeltje Margootje van Wim Sonneveld had gedraaid. Soms vroeg ik wat er in hem omging, met een vette knipoog, en daar moest hij vreselijk om lachen.
Na ongeveer drie maanden ging meneer De Best achteruit en kwam de dood in zicht. Ik vroeg hem hoe hij terugkeek op de tijd in het hospice. Hij zei: ‘Van jou heb ik geleerd het leven te leven, ondanks toenemende afhankelijkheid. Ik heb geleerd dat ook dat leven de moeite waard is.’ En hij zei: ‘Ik ben er nu echt klaar voor.’ Enkele dagen later overleed hij in alle rust. Na een paar weken bracht zijn dochter mij een fles van zijn favoriete borrel.

Mijn beide ouders liggen begraven op een mooie oude begraafplaats. Zo nu en dan bezoek ik hen. Meneer De Best ligt op dezelfde begraafplaats. Als ik er ben loop ik altijd even naar hem toe, en dan hoor ik hem weer roepen: ‘Hey Doc! Hey Margootje!’

Foto: Pim Geerts
Meneer De Best heeft mij toestemming gegeven zijn verhaal te vertellen. Deze blog is ook te lezen op Ouderengeneeskunde.nu


« Oudere berichten