Welkom op de website van Margot Verkuylen. Ik ben specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg.

Een specialist ouderengeneeskunde is een arts die gespecialiseerd is in zorg voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken met verschillende gezondheidsproblemen. Ik oefen het vak met hart en ziel uit.

Daarnaast heb ik me verdiept in het subspecialisme Palliatieve Zorg. De laatste levensfase heeft haar eigen bijzonderheden en dilemma’s. Oud worden, oud zijn, sterven en de dood. Op deze website vindt u hierover mijn gedachten. Ter inspiratie!

Graag verzorg ik lezingen en scholing over verschillende thema’s binnen de ouderengeneeskunde en palliatieve zorg. Aarzel niet om contact met me op te nemen voor meer informatie!


Verbinden,verbinden!

“Ik ben al 86 hoor en ik weet heel goed wat ik wil!” Ze lacht vriendelijk, weet niet goed wie we zijn, maar is blij dat we bij haar thuis komen. Haar mentor is er ook, vertelt dat het goed gaat met haar. Ze zit op de bank, blote benen, enorm lange teennagels, huid rood-paars verkleurd, verschillende wonden, al dan niet bedekt met loshangend gaas.

Als SO ken ik haar al 5 jaar. De huisarts vroeg me mee te kijken omdat hij niet goed wist wat hij met haar aan moest. Ze heeft al jaren wonden aan haar benen die niet genezen. Wat de huisarts ook probeerde, niets hielp. Althans, ze gooide dan het nieuwe wondmateriaal in de prullenbak, haalde zwachtels er af en nam de pijnmedicatie niet. “Het is wel een bijzondere dame” zei de huisarts. 

Vertrouwen winnen

Ik probeerde vertrouwen te winnen, gaf advies over wond- en pijnbehandeling en regelde thuiszorg.  We hebben maandenlang geprobeerd om de wonden te genezen, maar óf ze liet de thuiszorg niet binnen, óf ze haalde steeds, wanneer de thuiszorg weg was, alle zwachtels er weer vanaf. Ze waste de gaasjes en windsels onder de kraan en hing ze te drogen. Pijnmedicatie verdween iedere keer op mysterieuze wijze. De thuiszorg vond de situatie moeilijk en schrijnend. Moest ze niet naar het verpleeghuis?

We deden onderzoek naar haar cognitie, er bleek sprake van dementie. Familie heeft ze niet. We regelden een mentor die met haar mee kon denken. We spraken over wat voor haar een goed leven is, over haar belangrijkste waarde: thuis blijven wonen. Tot aan haar dood. Als de dood komt is het goed. Zolang ze maar thuis kan blijven. We bespraken behandelbeperkingen: niet reanimeren, niet meer naar het ziekenhuis en geen antibiotica bij een levensbedreigende infectie. We zorgden dat deze afspraken in alle dossiers genoteerd werden en droegen ze over aan de huisartsenpost. Omdat ze cognitief achteruitging werd thuiszorg uitgebreid en thuisbegeleiding ingezet. Het kostte tijd en geduld voordat ze dit enigszins toeliet. Lang niet altijd deed ze de deur open. Werd boos als er iemand met de sleutel uit het sleutelkastje binnenkwam. De situatie bleef moeilijk. De vraag of ze naar het verpleeghuis moest kwam soms weer langs.

Samen

We regelden MDO’s met alle betrokkenen om tot een éénduidige visie te komen. Morele dilemma’s ten aanzien van goede zorg en veiligheid kwamen aan de orde.  We benadrukten dat we de zorg samen moesten doen en dat daarbij een optimale verbinding tussen alle betrokkenen van cruciaal belang is. Besluiten werden samen met haar mentor in het MDO genomen.

Thuis blijven wonen bleef het doel. De psycholoog gaf benaderingsadviezen. Het verbinden van de wonden was een middel om binnen te blijven komen, vertrouwen te blijven winnen en veiligheid te bewaken. Het doel was niet meer om de wonden te genezen, dat was niet haalbaar.

In het appartementencomplex begonnen de buren er schande van te spreken. Ze liep met blote benen met wonden door het trappenhuis om de krant te halen. Moest ze niet naar het verpleeghuis?

Het verpleeghuis

Op een dag viel ze. De ambulance werd gebeld, ondanks de afspraak dit niet te doen. Degene die haar aantrof vond dat het zo toch eigenlijk niet kon. Ze werd opgenomen in het ziekenhuis, bleek niets te hebben gebroken. Maar men vond dat ze naar het verpleeghuis moest, voor wond- en pijnbehandeling. Men had er overigens niet aan gedacht dit met de mentor af te stemmen.

Ze kwam in het verpleeghuis: daar gooide ze medicijnen in de wc en haalde het wondmateriaal er steeds weer af. Het enige wat ze wilde was: naar huis!

Thuis

Dus is ze nu weer thuis.

Algemeen is er hoge werkdruk en personele onderbezetting in de thuiszorg. Bovendien is de betrokken thuiszorgorganisatie pas gereorganiseerd. Alle teams zijn veranderd, waardoor er nieuwe thuiszorgmedewerkers bij haar komen. De huisarts krijgt regelmatig telefoontjes: er moet pijnmedicatie komen, de wondverpleegkundige is geweest, de huisarts moet nieuw wondmateriaal, zwachtels en steunkousen regelen…. Alles vanuit een enorm warm zorghart, gericht op wondgenezing.

En de woonomgeving? Die spreekt er schande van. Iedere dag loopt ze met blote benen door het trappenhuis om de krant te halen.

De uitdaging

Dus regelen we weer MDO’s. Maken verbinding met alle betrokkenen. Proberen de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Benadrukken dat we de zorg samen doen en dat daarbij optimale verbinding tussen allen cruciaal is. Leggen uit dat wondgenezing niet haalbaar is. Dat het verbinden van de wonden een middel is om binnen te komen, vertrouwen te winnen en te waken over haar veiligheid. En leggen uit dat ze thuis wil blijven wonen tot haar dood.

De wonden die verbonden moesten worden hebben gezorgd voor de belangrijke verbondenheid tussen mevrouw, haar mentor en de verschillende professionals. Blijven investeren in deze verbinding is hoogst noodzakelijk om tot een eenduidige visie te komen en die te behouden. Alleen zo kunnen we gehoor geven aan de belangrijkste waarde van mevrouw (haar wens thuis te blijven wonen) en háár kwaliteit van leven bewaken. Een uitdaging voor ons allemaal!

Deze blog schreef ik samen met Marieke van der Molen, coördinerend wijkverpleegkundige in de huisartspraktijk. De blog is ook te lezen in het Tijdschrift voor ouderengeneeskunde en op ouderengeneeskunde.nu


Message in a bottle

Laatst was ik bij een bijeenkomst over samenwerking en verbetering van palliatieve zorg in de regio. Ik zat tegenover de oncoloog van het ziekenhuis. We spraken enthousiast over proactieve zorgplanning. Over hoe we het voor elkaar zouden kunnen krijgen dat alle betrokken hulpverleners goed op de hoogte zijn van de wens van de patiënt. Over het voorkomen van overbehandeling, over behandelbeperkingen, over sterven op de gewenste plaats.

Een goed gesprek

Haar telefoon ging, ze had dienst voor de spoedeisende hulp. Een arts belde en wilde een 92-jarige man met buikpijn uit het verpleeghuis insturen. Een van de eerste vragen die ze stelde aan de arts was welke behandeldoelen patiënt nog voor ogen had, en of er misschien ook behandelbeperkingen waren afgesproken. Patiënt had immers een flinke lijst met diagnosen zag ze snel in het dossier. Ik hoorde haar zeggen: “Oh, daar heb je nog geen tijd voor gehad….Ik zie hier in het dossier staan dat Niet Reanimeren is afgesproken. Daar heb jij het nog niet over kunnen hebben…..?” Ze hing op en kon een zucht niet onderdrukken. Ik keek haar vragend aan en ze zei: “Nu komt er een 92-jarige man met buikpijn uit het verpleeghuis naar de spoedeisende hulp. En wat ga ik doen? Een goed gesprek voeren”.

Het belangrijkste doel

Het was op dezelfde dag dat een 96-jarige man in het hospice overleed. Ik kwam al ruim een jaar bij hem thuis. Daar woonde hij met zijn echtgenote. Beiden zeer kwetsbaar door hoge leeftijd, dementie en co morbiditeit. Maar nog wel steeds samen. Ruim 60 jaar lief en leed gedeeld. De man had mij al vaker gezegd dat hij het niet erg zou vinden als er een einde aan zijn leven zou komen. Dat was een mooie ingang om met hem, zijn echtgenote en zijn familie hierover te praten. We spraken gezamenlijk behandelbeperkingen af: Niet Reanimeren, Niet meer naar het ziekenhuis, Geen antibiotica bij een levensbedreigende infectie. Als de dood zich zou aandienen, dan hoefde die niet uitgesteld te worden. De behandelbeperkingen werden in het multidisciplinair overleg met de huisarts besproken, vastgelegd in het medisch dossier en overgedragen aan de huisartsenpost. De thuiszorg was volledig op de hoogte van de gemaakte afspraken. Indien er zich een calamiteit zou voordoen zou niet 112 gebeld worden, maar de huisartsenpost. Het belangrijkste doel was dat het echtpaar samen zou blijven.

Op een avond viel de man. Zijn echtgenote alarmeerde, de thuiszorg kwam, belde 112, de ambulance nam hem mee, hij werd opgenomen op de cardiologie waar hij een infuus en medicatie kreeg. De huisarts regelde zo snel mogelijk een opname in het hospice, daar kon hij 48 uur later terecht. En nog eens 48 uur later is hij overleden. Zonder zijn liefdevolle echtgenote naast hem.

Kan het beter?

Advance care planning, proactieve zorgplanning bij kwetsbare ouderen……het gaat nog niet zo soepel….

Het is niet mijn bedoeling met de vinger naar anderen te wijzen. Ik ben vooral zoekende in hoe we het beter kunnen doen. Hoe zorgen we ervoor dat hulpverleners voldoende tijd hebben om met de oudere patiënt en diens naasten te praten over zijn wensen en behandeldoelen? Hoe zorgen we ervoor dat de informatie en gemaakte afspraken en behandelbeperkingen duidelijk en up-to-date zijn bij alle betrokkenen, dwars door alle muren en organisaties heen? Hoe zorgen we ervoor dat we goed weten wie alle betrokkenen zijn, en dat we geen schakels missen? En als er dan meer zorg nodig is, hoe zorgen we ervoor dat we die dan ook snel kunnen inzetten?

Tijd en snel inzetten extra zorg op het moment dat het nodig is? Heel erg hoopvol ben ik niet, met de enorme druk die op huisartsen ligt, de tekorten aan specialisten ouderengeneeskunde en code rood bij de thuiszorgorganisaties. Afgelopen weken zijn bijvoorbeeld diverse van “mijn” kwetsbare ouderen toch niet thuis kunnen blijven omdat er gewoon geen verzorgenden en verpleegkundigen waren.

Het moet toch lukken…

Informatie en gemaakte afspraken duidelijk en up-to-date? Dat moet toch lukken! In de huisartspraktijk waar ik werk zijn we zeer actief in Advance care planning, proberen we de informatie zo goed mogelijk af te stemmen met betrokkenen, maar toch gaat het nogal eens mis. Elke hulpverlener werkt met zijn eigen dossier, de ouderwetse “thuiszorgmap” bestaat niet meer, en het KIS (keteninformatiesysteem) biedt nog te weinig ondersteuning.

Ik hoorde over de “Message in a bottle” in Engeland. Een “bottle” in de koelkast waarin wensen en behandelbeperkingen van de patiënt staan. Alle hulpverleners weten dat ze eerst in de koelkast moeten kijken bij calamiteiten: daarin vinden ze wat de bedoeling is!

En nu zit steeds dat liedje van the Police in mijn hoofd:

I’ll send an SOS to the world
I’ll send an SOS to the world
I hope that someone gets my
I hope that someone gets my  … Message in a bottle, yeah

Deze blog verscheen ook op ouderengeneeskunde.nu


Op zoek naar het passende stukje


Laatst liep ik visite samen met de verpleegkundige. We liepen een paar keer door de gang in het hospice om verschillende gasten te bezoeken. In mijn ooghoek zag ik deze oude man, en iedere keer dat ik langsliep bleef ik langer kijken, totdat ik wel stil moest staan: wat een prachtig beeld!

In alle rust zocht de man de puzzelstukjes bij elkaar. Het raakte me. Ik had de man leren kennen als iemand die tevreden terugkeek op zijn leven. De liefde was voelbaar als hij samen met zijn kinderen en kleinkinderen was. Hij legde zich neer bij zijn lot en vertelde me dat de dood mocht komen. “Nu nog niet hoor, maar lang hoeft het niet meer te duren”.

Zoveel vragen

We hadden een mooi gesprek over zijn wensen ten aanzien van zorg en behandeling. Over wat ik als dokter zou kunnen doen en ook over wat ik zou laten. Op een gegeven moment schoot hij in de lach: “Wat heb je toch veel vragen, waar haal je al die vragen vandaan?!”

Ik realiseer me dat ik als dokter in de ouderengeneeskunde eigenlijk iedere dag puzzelstukjes bij elkaar zoek. Persoonsgerichte zorg en behandeling bieden, het klinkt simpel, maar het is vaak een flinke puzzel bij ouderen. Want wie is die mens tegenover me? Wat is zijn levensverhaal? Wat vindt hij nog belangrijk? Waar staat hij ’s ochtends voor op? Wat geeft zijn leven betekenis? Waar hoopt hij op? Waar is hij bang voor? Wie zijn zijn dierbaren? Welke en hoeveel ziekten en aandoeningen heeft hij? Hoe beïnvloeden deze ziekten zijn functioneren? Waar heeft hij nu last van? Wat wil hij dat ik daar aan doe? Wat zijn mijn medische mogelijkheden en onmogelijkheden? Welke onderzoeken zijn nodig of wenselijk? Volg ik de richtlijn of is het goed hiervan af te wijken? Welke medicijnen gebruikt hij? Welk middel is nog zinvol? Welk middel kan beter niet meer gegeven worden in verband met (te verwachten) bijwerkingen? Kan hij zelf een en ander voldoende overzien of moet ik ook in gesprek met zijn vertegenwoordiger? Wie heb ik nodig om de behandeldoelen te kunnen bereiken? Met wie moet ik samenwerken? Waar kan ik mijn samenwerkingspartners vinden? Hoe stemmen we af? Zulke vragen verdienen een antwoord voordat ik passende zorg kan bieden.

Dat puzzelen vind ik eigenlijk het mooiste van mijn vak. Het vereist naast medische kennis creativiteit, doorzettingsvermogen en rust. Gelukkig zijn dat eigenschappen die in mijn genen zitten. Toen ik lang geleden tijdens mijn coschap ouderengeneeskunde voor het eerst met dit vak in het verpleeghuis kennismaakte, viel voor mij dan ook gelijk dat puzzelstukje op zijn plaats: hier moest ik zijn als dokter!

Levenslessen

En wat me ook zo dierbaar is aan mijn vak? Alle levenslessen die ik zomaar van mijn patiënten krijg. Zoals bijvoorbeeld de veerkracht die ik zie bij mensen die afhankelijk van zorg zijn geworden: het leert mij dat het leven met ernstige beperkingen ook waardevol kan zijn. Ik zie mensen meebewegen op de golven van het leven, soms gaan ze kopje onder, maar ze komen ook weer boven. Als zij dat kunnen, dan kan ik dat ook, denk ik dan. Het geeft me vertrouwen. En als de dood in zicht komt, hoor ik nauwelijks iemand terugblikken op een flitsende carrière of de hoeveelheid geld die ze verdiend hebben. Ik hoor velen praten over de liefdes in hun leven, over hun kinderen, over hun dierbaren. Deze lessen helpen mij keuzes in mijn eigen leven te maken.

De oude man op de foto. Hij keek samen met zijn kinderen terug op zijn leven. In alle rust. En de laatste puzzelstukjes vielen op hun plek.

Deze blog is ook verschenen in de rubriek Uit de ouderengeneeskundige praktijk in het TVO en op ouderengneeskunde.nu.


« Oudere berichten